Verloren dorp

Ik ben een stukje van mezelf kwijt.
Het ligt vast en zeker ergens verloren.
Misschien bij de kerk in de toren
onder vele grijze lagen tijd.

Eerst kon ik nauwelijks geloven
dat zoiets kostbaars was verdwenen.
Was iemand het komen lenen?
Of bij nachte komen roven?

Ik vloekte en ketterde bij dat besef
en joeg de hond onder luid gesakker
door het vers geschoren koren op de akker.
Speurend, zoekend. Zonder tref.

Eens dacht ik, daar drijft het op de zwarte beek,
tussen het eendenkroos en het riet
onder de rij wilgen vol verdriet.
‘t Was slechts een blad, toen ik beter keek.

Het kan dat het nog slingert op de koer
waar nu slechts bla’ren spelen
en waarvan ik een herinnering kan delen
zoals het voetballen met mijn broer.

Misschien nam de oude man het mee
die leunend op een stoel zat langs straat
en wie voorbij kwam mee praat
eer hij binnengaat in ‘t café.

Of, het dwarrelt in de hoge bomen
langs de meanderende Mandel
waar ik enkel nog in verbeelding wandel
vol diepe gedachten en stille dromen.

Ik kan wel blijven zoeken, aldoor,
tot de dag van mijn zachtjes sterven,
naar geperimeerde scherven,
van mijn dorp dat zichzelf verloor.

Jan

Scroll to Top