De Negenjarige Oorlog

Die ochtend in de maand september van het oorlogsjaar 1696 aan de ontbijttafel van de gestelde burgers meneer en mevrouw Jourdain. Meneer Jourdain leest zijn Gazette de Lyon. Plots kijkt hij met gefronste wenkbrauwen op vanuit zijn krant en zegt, “Tiens, ma chérie, nos garçons ont campés à Mar-cke-ghem. Tu connais cet endroit?” Waarop mevrouw Jourdain prompt antwoordt, “Bah oui, mon chouchou, c’est le village des hiboux!”. Meneer Jourdain, verlegen om zijn wereldvreemdheid en onwetendheid, schuift wat dieper in zijn stoel, verstopt zich achter zijn krant en zwijgt stilletjes voor de rest van de morgen.

Bovenstaand tafereeltje is imaginair maar het is wel de trieste werkelijkheid dat de Franse koning Lodewijk XIV, gedreven door zijn voortdurende expansiedrang, enkele jaren voordien alweer een oorlog was begonnen. Een oorlog die dus ook onze contreien niet ongemoeid zou laten. 

Brûlez le Palitanat!

Het begon in april van 1688 toen de Franse legers het Duitse vorstendom Palts aan de Rijn binnenvielen. Ze richtten er een ware ravage aan. Binnen de kortste tijd zat het spel op de wagen en lag de Franse koning overhoop met al zijn buren die een coalitie van geallieerden vormden. Dit conflict zou uiteindelijk duren tot 1697 en wordt daarom ook wel de Negenjarige Oorlog (1688-1697) genoemd. 

Het jaar daarop, in het voorjaar van 1689, wendde Lodewijk XIV zijn boze oog naar de Spaanse Nederlanden en stuurde zijn legers onze richting uit. Voor onze streken zou een periode van doffe ellende aanbreken waarbij de bevolking fel te lijden had onder alle strijdende partijen. Ook Markegem bleef niet gespaard. Integendeel!

Onder leiding van de Franse luitenant-generaal Juan Salvador de Calvo werd manu militari de omgeving van Kortrijk in sneltempo bezet. Het kleine dorp, dat toen ongeveer 400 zielen telde, kreeg al onmiddellijk door de Fransen een contributie van 222 pond groten aangesmeerd en moest daarenboven fourage leveren voor het kamp van Calvo in Harelbeke. Later op het jaar, nadat Calvo zich had teruggetrokken, vorderden de Spanjaarden twaalf Markegemnaren op om de Franse verdedigingslinie af te breken. 

Dit was enkel het begin. Het ergste moest nog komen.

Livinus Seye heeft een job

In juni van het jaar 1688, enkele maanden voordat de Negenjarige Oorlog losbarst, wordt de 42-jarige Livinus Seye pastoor van Markegem.

L. Seye pastor in Markegem

Samen met zijn moeder en zijn kozijn betrekt hij de pastorij in de Brouwerijstraat. Omdat de tienden waar hij recht op had, gefoerageerd werden door de strijdende partijen derft Livinus heel wat inkomsten en verarmt hij jaar na jaar. Daarenboven moet hij nogal wat kopzorgen gehad hebben met het kerkgebouw dat in bedenkelijke staat was, dat bovendien gebruikt werd als schuilplaats of wel eens geplunderd werd. In 1695 gaat hij, om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen, nog wat bijklussen in de kapel ter Mandel (Sint-Baafs-Vijve). Maar het volgend jaar, net voor het einde van de oorlog, houdt hij Markegem voor bekeken en verhuist hij naar Meigem om er in 1698 te sterven.

Wie de moeite neemt om het potjeslatijn van Livinus in de Markegemse parochieregisters te ontcijferen, heeft al snel door dat het leven er toen allesbehalve vermakelijk was: veel kindersterfte en nogal wat arme drommels. 

Het Latijns alfabet volgens Livinus Seye.

Na een eenvoudige telling van geboortes en overlijdens in deze parochieregisters springt het sterfteoverschot tijdens de Negenjarige Oorlog in het oog. Vooral tijdens de periode 1693-1695 werd er meer gestorven dan geboren. Naar schatting telde de Markegemse bevolking na deze oorlog een vierde minder zielen (van 400 in 1692 naar 308 in 1698). Deze daling kan slechts voor de helft toegeschreven worden aan het sterfteoverschot. Ik veronderstel dat er heel wat dorpelingen gevlucht zijn. 

Livinus registreert dat de arme weduwe Joanna Cal(l)ewaert p 2 augustus 1688 is gestorven: 2a aug obijt joanna calewaert etat: 90 an: vid. pauper. Ze werd toch 90 jaar.
15 aug obijt infans egidij van rijkeggem et joa bultinck tantum baptisatus ab obstetrice. Op 15 augustus 1693 stierf het kind van Egidius Van Ryckeghem en Joanna Bultinck. Het werd slechts door de vroedvrouw gedoopt.

Le pays qui est aussi beau que fertile

Met Nederlandse, Britse en Duitse steun had het leger van de Spaanse Nederlanden de eerste Franse aanval in 1689 kunnen terugslaan. Lodewijk XIV schoot in een Franse colère en bekokstoofde al vlug een nieuwe tegenaanval. Hij gaf de maarschalk Duc de Luxembourg de opdracht langs de Leie Vlaanderen binnen te dringen en vervolgens het gebied tussen Kortrijk en Gent zodanig te plunderen (consommer les fourrages) dat de geallieerden wel twee keer zouden nadenken vooraleer in die streek een groot leger te stationeren.

François Henri de Montmorency-Bouteville, ook gekend als Maréchal de Luxembourg of als le Tapissier de Nôtre Dame

En zo geschiedde. Tegen 15 mei 1690 verzamelde de Luxembourg in de omgeving van Saint-Amands-les-Eaux een indrukwekkend leger van 20.800 manschappen. Twee dagen later kwam dit leger in beweging en bereikte via Leuze en Avelgem al op 21 mei Harelbeke. De artillerie, bestaande uit 50 kanonnen, trok die dag verder om te kamperen in Wakken.

Een detail van de tocht van Harelbeke naar Deinze. De gele lijn stelt de tocht van de Franse artillerie (+ proviand) vanuit Harelbeke naar Deinze voor.

Die doortocht moet indrukwekkend geweest. Maar om de een of andere reden moet de Markegemnaar Johannes Tack daar toch wel serieus in de weg gelopen hebben want pastoor Livinus Seye schreef in zijn parochieregisters dat de 60-jarige vrijgezel Joannes Tack die dag door een Fransman werd vermoord.

21 mai: occisus est a gallo milite joes tack innuptus etat: 60 an: op 21 mei werd de 60-jarige vrijgezel Joannes Tack gedood door een Franse soldaat.

Op 22 mei sloeg het voltallige leger zijn tenten op bij Deinze en werd er begonnen met de geplande ‘fourrages’ van dit land, qui est aussi beau que fertile. De geallieerden, waarschijnlijk onder de indruk van de Franse troepenmacht lieten alles betijen. Ik stel het me voor erger dan een zwerm sprinkhanen die het land leeg vreet. In Markegem werden minstens vijftien stuks vee gestolen. Maar de schade zal wel groter geweest zijn.

Een prentje uit “Les Travaux de Mars, ou L’art de la guerre” van Allain Manesson-Mallet.

Midden juni keerde de Luxembourg op zijn stappen terug om in Fleurus de geallieerde troepen in de pan te hakken en zo de controle over ‘Vlaanderen’ te verkrijgen.

Lodewijk bezoekt Bergen in Henegouwen

Lodewijk had zijn begerige blik laten vallen op Bergen, hoofdstad van Henegouwen. In februari 1691 was zijn oorlogsminister Louvois te weten gekomen dat de vijand in de verste verten nog niet te bespeuren was en fluisterde de koning in om een aanval op de stad te wagen, nog vooraleer het oorlogsseizoen van start zou gaan. De koning had wel oren naar dit geniepig plannetje. Vauban ontwierp snel een circumvallatielinie rond de stad en potige kerels uit bezet gebied werden geselecteerd om het pionierswerk hiervoor uit te voeren. Ook elf Markegemnaren moesten toen vanaf 14 maart gedurende twee weken de loopgraven rond de stad gaan delven. Ze waren er alleszins niet alleen: 443 pikhouwelen, 4525 schoffels, 5416 spades en 1580 spades kwamen eraan te pas. Bij het begin van de lente kwam Lodewijk zelf vanuit zijn paleis in Versailles de belegering in goede banen leiden. Na hevige bombardementen 1 brak de weerstand van de omsingelde stad heel snel: op 8 april gaf de stad zich al over. De koning was in zijn nopjes en keerde ‘s anderendaags terug naar Versailles.

Lodewijk XIV bij de belegering van Bergen. Je ziet de loopgraven die de Markegemnaren hielpen spitten in een mum van tijd.

Ellendige oorlogstijd

Hoewel tijdens dat jaar het wapengekletter en de troepenbewegingen ver uit de buurt van het dorp bleven, eiste de oorlog zijn tol in Markegem. Het opleggen van contributies en het foerageren voor de Franse troepen ging onverminderd verder (minstens 2281 bundels hooi en 49 zakken haver tijdens de zomer). Bovendien zorgden rondtrekkende Franse soldaten voortdurend voor overlast. Dat de armendis haar pachtprijzen halveerde, is in die zin veelzeggend.2 

Mei 1690

Hoe ondergingen de Markegemnaren deze ellendige tijd? Ik vermoed redelijk berustend. Ze waren een beetje oorlog wel gewoon. Het was een noodzakelijk kwaad. En uiteindelijk was de passage door dit aardse tranendal slechts tijdelijk. Als een plaatsje aan de tafel van de Hemelse Vader maar verzekerd was.3 

Pastoor Livinus Seye schreef naar de Tieltse deken dat het leven in Markegem vroom verliep. Iedereen is er goed van inborst en de onderlinge relaties verlopen vreedzaam. Ook waren de mensen sterk aangetrokken tot het volgen van de kerkdiensten. Dat er prijzekens werden uitgedeeld bij de catechismuslessen voor wie zijn les goed kende zal de godsvrucht tijdens de barre oorlogsjaren ook wel aangewakkerd hebben. Alle beten baten. Ook liet hij de deken weten dat geen enkele parochiaan zich liet bezatten in de herbergen. Misschien zat de lege geldbeurs daar ook wel voor iets tussen?

Catechismus oft christelijcke leeringe ghedeyldt in viif deelen ende een-en-veertich lessen, voor de catholijcke ionckheydt van het artsch-bischdom ende alle de andere bisch-dommen der Provincie van Mechelen (1623)

Het Franse leger trekt voorbij

Later op het jaar 1691 kwam het Franse leger toch wel weer in de buurt van Markegem. Op 18 september,  na een korte strijd van twee uur waarbij 2000 mensen sneuvelden, zegevierde de Franse generaal de Luxembourg alweer glansrijk in Leuze. Na zijn overwinning haastte hij zich met zijn leger in zeven haasten naar Sint-Eloois-Vijve om er de geallieerden de pas af te snijden. Het leger sloeg er zijn tenten op tussen Vijve en Machelen, langs de boorden van de Leie. 

Er werd besloten om te gaan overwinteren tussen de Leie en Diksmuide. In drie kolonnes verspreiden het leger zich over dit gebied. 

Op 8 oktober stak de kolonne met bestemming Zarren, Hooglede en Beveren de Leie over in Olsene en waagde het dan de heilige grond van Markegem te betreden (net als het jaar voordien trouwens). Welke weg dit zootje ongeregeld precies door Markegem volgde is me een raadsel. Maar dankzij de kaartjes die chevalier Jean de Beaurain maakte, durf ik wel een hypothese te maken.

Op de kaartjes van de Beaurain komt Markegem, met kleine verschillen, wel enkele keren voor. Jammergenoeg zijn de kaartjes niet erg gedetailleerd noch nauwkeurig. Wat ik meen te herkennen:

  • Op alle kaartjes wordt de kerk duidelijk afgebeeld. 
  • Ten oosten van de kerk steevast een omwald kasteeltje dat één keer het bijschrift ‘le Ch(ateau) de Markeghem’ gekregen heeft. Dat moet dus Ronneke zijn. 
  • En nog verder naar het oosten, een groot bos: Bois de Markeghem. Vroeger lagen bossen, de Donkerbossen, ten westen van de Kruisstraat en ten noorden de Kouterweg (dorpsgeschiedenis p. 42).
  • Ten westen van de kerk, alweer een groot bos op de Bul dat ook nog zichtbaar is op de kaart van Fricx (1712). 
  • Je ziet duidelijk de Oude Mandel en de (Nieuwe) Mandel. Er zijn twee doorwaadbare plaatsen (Gué) aangeduid. Eén over de Mandel net voor de Oude Mandel en een tweede op de Oude Mandel : ik vermoed dat dat is waar ‘het brugske’ is.
  • Verder zie je nog het kasteel van Ter Hoyen (aangeduid met Ch. de Roye) en zijn molen. Maar die worden altijd te veel oostwaarts getekend. En in het noorden, een bos. Ik denk dan aan de Mostbosch, de Vijvers, Den Winckelbosch ten westen van de Sint-Amandstraat (dorpsgeschiedenis p. 42).
  • De kerk, de molen en de galg van het Dentergem kan je ook zien. De galg van de heerlijkheid Dentergem stond langs de Oostrozebekestraat, dichtbij de grens met Markegem. Die straat heette trouwens ooit de Galgenkouterstraet.
  • Verder nog twee plaatsen die mij onbekend zijn: Housmost/Houmont/Houtmolst/Houtmont ten noorden van de Mandel en een plek genaamd ‘Les 3 Arbres’ dichtbij het Zwarte Veld. Het is me onduidelijk of dit zelfs plaatsen op grondgebied Markegem zijn.

Op één van de kaartjes duidt Jean de Beaurain aan hoe de kolonne  vanuit Olsene door Markegem naar Meulebeke trok. Vanuit het oosten kwamen ze gemarcheerd met het bos van Markegem aan de linkerzijde en namen dan, nog voor Roneck, de bocht noordwaarts (aan een boompje). Daarna ploeterde de legerkaravaan door de Oude Mandel en trok dan verder tussen ter Hoyen en de galg van Dentergem naar Meulebeke. De Krommedijkbeek hielden ze hierbij aan hun rechterzijde. Op basis van die informatie heb ik voor de aardigheid op een recente luchtfoto een vermoedelijke pad van de doortocht getekend. Maar ik kan er volledig naast zitten.

De mars van het Franse leger in september 1691

Daarenboven installeerden de regimenten Locmaria, Fiennes en Stappa l’aîné, samen meer dan 1000 soldaten, zich voor de op handen zijnde winter bij de buren in Wakken. De aanwezigheid van zo’n bende militairen zal wel niet zonder gevolgen geweest zijn voor de omgeving. En de winter van 1991 werd bar koud met sneeuw in februari.

Livinus krijgt het druk

Eind augustus 1692 naderde het geallieerde leger tot in Dentergem, Gottem en Deinze. In augustus 1694 was het in Wakken. Een maand later werd het kasteel van Ter Hoyen, toen nog slechts een ruïne, bezet door een Spaans garnizoen.

In die jaren kreeg de Markegemse bevolking het zwaar te verduren van beide kanten. Want Frans of geallieerd, het was letterlijk kiezen tussen de pest of de cholera. Heel wat Markegemnaren, uitgeput en verzwakt door de aanslepende oorlog, werden waarschijnlijk het slachtoffer van een haestige sieckte (dysenterie?) die zowel oud als jong en arm als minder arm trof.

Augustus 1694

Uit de Markegemse parochieregisters merk je dat pastoor Livinus Seye het druk kreeg. Tijdens de twee jaren tussen juli 1693 en juli 1695 schreef hij vijftig overlijdensaktes4. Enkele sterfgevallen uit die periode: 

  • Pieter Van Wambeke, de pachter van Ter Hoyen en griffier (*), verloor zijn vrouw Judoca Vandewalle op 11 april 1694. Zelf stierf hij enkele weken later op 3 mei. En hun ongehuwde zonen Gillis (34 jaar) en Antoon (32 jaar) volgden op 29 mei en 5 juni respectievelijk. Als vooraanstaanden van het dorp werden ze begraven in de kerk onder de toren. Of hun stoffelijk overschot daar nu nog ligt, dat weet ik niet. 
  • Ook het gezin van Petrus Velghe en Petronilla Bekaert werd zwaar getroffen. Petrus zelf stierf op 57-jarige leeftijd op 15 december 1694. Drie van zijn kinderen volgden hem later: Jan Velghe (+ 5-1-1694, 17 jaar), Godelieve Velghe (+15-1-1695, 9 jaar) en Petronilla Velghe (+ 16-2-1695, 5 jaar).
  • Petrus Van Valencyn, gekend als arme (pauper), verliest zijn vrouw Ghislena Kint en twee van zijn kinderen: Judoca (26 jaar) en Maria (20 jaar). Carola Van Valencyn, ook arm en weduwe van Lieven Van Roo, laat haar kinderen Maria en Petronilla verweesd achter. 
  • De pastoor vermeldt ook vier plotselinge overlijdens (subitanea morte) in deze periode: Egidius Van Ryckeghem (12 jaar), Judoca Komijn (66 jaar), Johanna De Volder (72 jaar) en Salomon Van Ghinste (74 jaar).

In 1695 ging de pastoor bier leveren aan de Spaanse wachten op het kasteel. Misschien wel om een beetje genade voor de lijdende bevolking af te smeken? In alle geval vanaf eind juli van dat jaar zakte de koorts en werd er terug aan een ‘normaal’ tempo gestorven. 

Villeroy wordt het strijdveld ingestuurd

Ten koste van duizenden mensenlevens had maarschalk de Luxembourg vele veldslagen, waaronder die van Fleurus, Leuze, Steenkerke en Neerwinden, gewonnen. Maar net voor zijn 67ste verjaardag moest hij voor eeuwig afscheid nemen van de slagvelden want op 4 januari 1695 stierf hij in Versailles.

François de Neufville, hertog van Villeroy, nam de leiding van het leger in La Flandre over. Hij groeide op aan het Franse hof en had, beeld ik me in, nog samen met Lodewijk met de tinnen soldaatjes gespeeld. Hij was een vertrouweling van de koning die hem wel eens aansprak als ‘mon cousin’ als waren ze familie. Villeroy, zoals ik de hertog verder zal noemen, zal blijken weinig aanleg voor oorlogsvoering te hebben.

Het beleg van Namen in 1695.

In 1692 hadden de geallieerden de belangrijke vestingstad Namen uit handen moeten geven maar begin juli 1695 belegerden ze de stad opnieuw om die strategische plek te herveroveren. Tussen Tielt en Deinze hadden ze onder leiding van de prins van Vaudémont een troepenmacht van 25.000 man gestationeerd. De prins had er zijn hoofdkwartier in het dorp Dentergem. Van daaruit werden geregeld bataljons gedetacheerd om het beleg van Namen te ondersteunen. 

Charles Henri, Prins van Vaudémont

Villeroy bedacht een vals plan om Vaudémont een zware slag toe te brengen. Als een listig roofdier zou hij hem ongemerkt besluipen om dan vliegensvlug en ongemeen hard toe te slaan. Op 12 juli om 10 uur ‘s avonds vertrok zijn grote leger (*) in vier kolonnes vanuit de Pottelberg in Kortrijk richting Dentergem. Gezwind naderden ze door het duister van de zomernacht en om 9 uur ‘s morgens hadden ze al Oostrozebeke bereikt. Tijdens hun nachtelijke tocht hadden ze ook de kastelen van Ingelmunster en Meulebeke ingenomen. Langs de Oostrozebekestraat bereikten ze Markegem. In een mum van tijd werd het kasteel van Ter Hoyen ingenomen. Villeroy liet, noodgedwongen; zijn manschappen aan de Mandel op adem komen vooral de aanval op Vaudémont in te zetten.

De bewegingen van Villeroy vanuit Oostrozebeke naar Dentergem.

Villeroy had zijn kamp op het pas veroverd kasteel van Ter Hoyen opgeslagen want in een brief verwijst de Franse koning naar een brief die Villeroy op 13 juli om 11 uur ‘s avonds vanuit zijn kamp in Markegem had verstuurd.

De brief van Lodewijk XIV waarin hij verwijst naar een brief die Villeroy schreef in Markegem op 13 juli. Hierbij is de zoektocht naar deze brief van Villeroy geopend.

Het leger van Villeroy trok verder langs de Oostrozebekestraat en hield zich op een boogscheut van Dentergem, tot de tanden bewapend, klaar om bij het ochtendgloren van 14 juli Vaudémont de genadeslag uit te delen5. Om zes uur ‘s morgens werd dan de aanval in alle hevigheid ingezet. Het gebulder van de kanonnen, de musketschoten en tromgeroffel was tot in Kortrijk te horen.

De posities van de troepen van Villeroy en zijn trawanten Conti en de hertogen van Maine en Chartes op 14 juli 1695 

Maar Vaudémont was achterdochtig geworden. De aanvallen op de kastelen waren hem ter ore gekomen en zijn uitkijkposten hadden ‘s avonds vijandelijke bewegingen opgemerkt ter hoogte van de molen van Dentergem. Hij besefte al snel wat er aan de hand was en dat hij geen kans maakte tegen Villeroy. Daarom koos hij wijselijk het hazenpad via Aarsele en Grammene richting Gent. Tussen Dentergem en Wontergem liet Vaudémont nog in allerijl ‘s nachts een verdedigingswal tot in Aarsele opwerpen. Hiermee kon het Franse leger tijdelijk tot staan gebracht worden. 

Zo was het plannetje van Villeroy grandioos mislukt. Villeroy en zijn troepen ontvlamden in een Franse colère en werkten hun frustratie om de geflopte verrassingsaanval uit op de bevolking6. Het schijnt dat de Franse soldaten erger tekeer konden gaan dan Turken en barbaren. Die zomer leden alle Markegemse gezinnen schade ten belope van ongeveer 6.000 pond groten (voornamelijk door de Fransen). En passant werd de Markegemse kerk geplunderd. Pastoor Seye had de meest waardevolle bezittingen vroeger laten overbrengen naar Gent zodat de schade daar beperkt bleef. 

Door de brief van Villeroy waren de verwachtingen van de koning hoog. Hij was door deze gebeurtenis meer ontsteld dan door wat ook in zijn leven, zózeer zelfs dat hij — hoewel hij de meest zelfbeheerste man van zijn koninkrijk was — na het middagmaal in Château de Marly uitviel tegen een knecht die bij het afruimen van het fruit een biscuit pakte, en hij sloeg zijn wandelstok met een vreemde woede op diens lichaam stuk, tot verbijstering van de omstanders.

De koning van Groot-Brittanië (Willem III van Oranje) was dan weer zodanig in zijn nopjes dat hij een gravure bestelde die het ganse gebeuren vereeuwigde.

PLAN DU CAMP, QUE PRIT L’ARMEE DES ALLIES, commandée par SON ALTESSE MR. LE PRINCE DE VAUDEMONT le 30e du Mois de Iuin à WOUTERGEM, comme außi de celui qu’elle prit le 13e de Iuillet à ARSELE, estant pour lors forte de 35000 hommes, sur l’avis qu’on eut que L’ARMEE DU ROY DE FRANCE, sous le commandement du MARECHAL DE VILLEROY venoit à elle, forte de 80000 hommes, LE RETRANCHEMENT que son Altesse fit la nuict, et SA RETRAITE vers GAND, à la veüë des ennemis, à 6 heures apres midi le 14e Iuillet 1695 Gravé par l’ordre du Roy de la Grande Bretagne. z.d. (zie ook https://www.loc.gov/resource/g5700m.gct00127c/?sp=12&st=image&r=0.142,0.343,0.228,0.146,0)

Het was trouwens diezelfde Villeroy die, in de hoop de aandacht van de geallieerden voor Namen af te leiden, de volgende maand Brussel gedurende drie dagen zou bestoken met meer dan 3000 bommen. Twee derde van de stad werd door dit onzinnig en misdadig bombardement met de grond gelijk gemaakt. Maar tevergeefs: op 5 september capituleerde de Franse generaal Boufflers.

Het resultaat van het totaal zinloos bombardement van Brussel door Villeroy (13-15 augustus 1695).
De algemene blijdschap om de inname van Namen door stadhouder Willem III, koning van Engeland, september 1695.

Na zijn mislukte verrassingsaanval in juli 1695 op Vaudémont vanuit Markegem, kwam Villeroy er nog enkele keren terug. Na de verovering van Deinze eind juli 1695 en in oktober van datzelfde jaar. Ook op 20 augustus 1696 kampeerde hij er op het kasteel van Markegem om daarna zijn leger te parkeren in Tielt. Joannes Courtens, de waarde van De Roode Vierschaere, moet daar op het verkeerde moment geweest zijn want pastoor Livinus Seye schreef in de parochieregisters dat hij er door een Franse soldaat werd gedood. Dat was één van de laatste handelingen van de pastoor in Markegem. Hij ruilde zijn ambt met Georgius Raellen van Meigem. Livinus stierf er op 27 februari 1698.

De vrede van Rijswijk

De oorlog sleepte nog een jaar aan. Ondertussen was iedereen de oorlog spuugzat maar vooral: het geld was op. Op 20 september 1697 werd de vrede van Rijswijk ondertekend. Lodewijk werd terug naar ‘Start’ gestuurd en ontving niets. Hij moest al zijn veroveringen op Spanje teruggeven.

Op dat moment had Markegem alweer een nieuwe pastoor, de taaie Gerardus Van Doorsselaer. De Markegemnaren zelf zaten aan de grond (*). Het buskruit dat de parochie gekocht had om het einde van de oorlog te vieren werd noodgedwongen terug verkocht aan griffier Joannis Minne7. Velen zoals Joos De Grande zullen het dorp ontvlucht zijn. Ongeveer 44 ha landbouwgrond lag braak.  

Daarna zou Lodewijk het nog eenmaal proberen met de Spaanse Successieoorlog (1702-1713).  Maar wat die onzin betekende voor Markegem is voor een andere keer. Lodewijk stierf, 76 jaar oud en tandenloos, aan gangreen op 1 september 1715. Er gaat een anekdote dat hij zijn vijfjarige achterkleinzoon, de toekomstige koning Lodewijk XV, bij zich vroeg en hem influisterde “J’ai trop aimé la guerre. C’est la ruine des peuples.” Waarop de aanwezigen hun gelaat schuddend in hun handen begroeven.

Bronnen

  • HOLLEVOET F., Markegem, het vermaakelyk dorp, Tielt, 1996, 555 p., ISBN 90 803024 1 4, p. 42 en 132-135.
  • BEAURAIN, chevalier de, Histoire militaire de Flandre, depuis l’année 1690 jusqu’en 1694 inclusivement, dl. 1-2.
  • WITDOUCK R., Gullegem en Moorsele tijdens de Negenjarige Oorlog 1688-1697, Gullegem, Heemkundige Kring ‘De Meiboom’, p. 123.
    De Meiboom Gullegem – publicaties
  • Belgisch Rijksarchief.
    Agatha – Belgisch Rijksarchief
  • HOLLEVOET F., “Het Goed Ter Hoyen en de familie Coucke (1728-1888) in Markegem”, in De Roede van Tielt, 16 (1985), nr. 2, p. 73.
    De Roede van Tielt 1985
  • HOLLEVOET F., “Gerardus Van Doorsselaer, pastor-retor in Markegem (1697-1721) of de gesel van de abt”, in De Gaverstreke, jaarboek 18 (1990), p. 67-124.
  • Plan du camp que prit l’armée des Alliés commandée par Son Altesse M.r le prince de Vaudemont le 30.e du mois de juin à Woutergem.
    Gallica – Plan du camp à Woutergem of in alle detail: https://www.loc.gov/resource/g5700m.gct00127c/?sp=12&st=image&r=0.142,0.343,0.228,0.146,0
  • Histoire militaire du règne de Louis le Grand, roy de France, dl. 3.
  • SAINT-SIMON, Mémoires de Saint-Simon, dl. 1.
  • Journal du marquis de Dangeau, dl. 5.
  • BEKAERT Eric, “Wel en wee van weleer: Dentergems meest rampzalige dag: 14 juli 1695”, in Het Nieuwsblad, 15 december 2011.
    Het Nieuwsblad – Dentergems meest rampzalige dag

Voetnoten

  1. 5750 bommen volgens chevalier Jean de Beaurain ↩︎
  2. Roger Witdouck schrijft in zijn boek over Gullegem en Moorsele tijdens de Negenjarige Oorlog het volgende: “De Negenjarige Oorlog was voor Gullegem-Moorsele, net als voor zeer veel parochies in de omgeving de meest rampzalige tijd in hun geschiedenis. De parochies hebben nooit meer zoveel slachtoffers gekend. Ook niet in de Eerste of de Tweede Wereldoorlog. Zelfs niet in beide samen. Voor bijna 25% was de bevolking gedecimeerd. Nooit zijn ze zo uitgeplunderd geworden. Nooit werden zoveel mensen tot uiterste armoede gedreven. Nooit bereikte de ellende zulke dieptepunten.” ↩︎
  3.  J. S. Bach, Ich freue mich auf meinen Tod uit cantata BWV82 https://www.youtube.com/watch?v=ZHxdJC-GbSs en nog veel meer opgewekte liederen uit die tijd om het doodsverlangen uit te zingen. ↩︎
  4. Ter vergelijking: in de tweede helft van de 17e eeuw stierven in Markegem gemiddeld 6,85 mensen per jaar. ↩︎
  5. De bewegingen zijn te volgen op https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b55003875w. Deze kaart spreekt over een troepenmacht van 80.000 man. ↩︎
  6. Eric Bekaert noemt 14 juli 1695 Dentergems meest rampzalige dag (https://www.nieuwsblad.be/regio/wel-en-wee-van-weleer-dentergems-meest-rampzalige-dag-14-juli-1695/57112963.html). ↩︎
  7. Joannes Minne, pachter van Roneck, volgde Pieter Van Wambeke op als griffier. De grafsteen van Joannes Minne vind je tegenwoordig ingemetseld in de muur van de kerk van Markegem.  ↩︎

Scroll to Top